HONGARIJE NA DE EERSTE WERELDOORLOG (1918–1919) ?v

Na de Eerste Wereldoorlog verloor Hongarije als gevolg van het Verdrag van Trianon meer dan twee derde van zijn grondgebied en bijna evenveel van zijn bevolking. Grote Hongaarse minderheden woonden nu buiten de landsgrenzen: in Zuid-Slowakije, Transsylvanië en Vojvodina (Banat en Bačka). Dit feit had een enorme invloed op het Hongaarse buitenlandse beleid gedurende de twintig jaar durende interbellumperiode en leidde tot een voortdurende zoektocht naar oplossingen die Hongarije zijn vroegere belangrijke positie in Centraal-Europa zouden teruggeven.

Terwijl de autoriteiten in Boedapest tijdens de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie probeerden de onafhankelijkheidsaspiraties van de Slavische volkeren te bestrijden, was hun beleid ten aanzien van de joden, die om voor de hand liggende redenen niet streefden naar een eigen staat, over het algemeen tolerant. Deze situatie veranderde in 1919, na de communistische revolutie, die gedeeltelijk werd geleid door activisten van joodse afkomst. Al snel viel de zogenaamde Hongaarse Sovjetrepubliek ten gevolge van de gewapende interventie van Tsjechische, Roemeense en Servische troepen, die het nationale leger steunden in zijn strijd tegen de communisten. Na een periode van repressie, die een reactie was op de ‘Rode Terreur’, werd het land overgenomen door het leger en een coalitie van conservatieve politieke groeperingen die rijke eigenaren en de adel vertegenwoordigden.

Související Příspěvky